Kerken in het Groen: herstel kerkhof Nicolaaskerk Oldenzijl
logo landschapsbeheer In 2016 startte Landschapsbeheer Groningen op het kerkhof van de Nicolaaskerk met het project Kerken in ‘t groen, een project waarbij met subsidie van de provincie Groningen herstelwerkzaamheden op kerkhoven of begraafplaatsen in de provincie konden worden uitgevoerd. De provinciale subsidie voorzag in veertig procent van de totale kosten. De overige zestig procent kwam voor rekening van de eigenaar van het kerkhof. Daarvoor is door de Stichting Nicolaaskerk Oldenzijl aanvullend subsidie aangevraagd én verleend door de gemeente Het Hogeland en door het Klugkistfonds. Daarnaast werden vrijwilligersuren ingezet als cofinanciering.

 

Groensingel en gracht
Allereerst pakte Landschapsbeheer de groensingel om de kerk aan, zodat die beter door vrijwilligers is te onderhourden. De bomen onder in het talud zijn zonder het benodigd materieel moeilijk te onderhouden. Deze bomen zullen door LBG worden verwijderd. De achterblijvende stobben worden afgedekt met grond om verder uitlopen te voorkomen.
Klik hier voor de foto's van de werkzaamheden van dit project.

Graven
Er waren meerdere graven die uitgebreid herstel nodig hadden. Ook moesten zerken worden schoongemaakt en op veel plekken moest de belettering worden bijgewerkt, zodat opschriften en teksten weer leesbaar werden en zo het verhaal van het kerkhof en zijn geschiedenis opnieuw konden vertellen.
Het technische werk is gedaan door medewerkers van Landschapsbeheer. Het schoonmaken en beletteren is opgepakt door een groepje enthousiaste vrijwilligers. Ze poetsen waar nodig is, maar laten bijvoorbeeld daar waar mogelijk was, korstmossen zitten, waardoor de oude sfeer van het kerkhof mooi intact is gebleven. Het opknappen van het hekwerk om het grote familiegraf halverwege de zuidgevel van de kerk is opgepakt door de mensen van het naastgelegen Ik & Zorg.

Grafrekje
Heel enkel worden ze op kerkhoven en begraafplaatsen nog gebruikt: grafrekjes. Tentvormige constructies van latten, waar een laken overheen werd gehangen. Het was gebruik om ze op een nieuw gedolven graf te plaatsen maar dat gebruik liep in de helft van de vorige eeuw snel terug. Waarschijnlijk kennen heel veel mensen de oorspronkelijke bedoeling van deze rekjes ook helemaal niet meer. Áls ze nu nog ergens staan, worden ze gebruikt voor bloemstukken, of blijven ze leeg.
De grafrekjes hebben eeuwenlang gediend voor het ophangen van het zwarte doodslaken dat de kist of het lichaam van de overledene had bedekt. De diaconie verhuurde de lakens en had daarmee een bron van inkomsten. Soms waren er zelfs meerdere varianten beschikbaar. Voor een lager tarief kon men een minder laken huren, dat soms zelfs al gebruikt was. Maar er waren ook enkele en dubbele lakens. Doordat er voor betaald moest worden, werd zo’n laken soms gezien als statussymbool.
Er werd ook betaald voor het leggen van het laken, wat vaak gedaan werd door mensen die wel wat extra financiële ondersteuning konden gebruiken. Hoe vaak een laken werd gelegd, was per plaats verschillend en hing ook af van de welstand van de overledene. Dit varieerde van eenmalig tot op de eerste zes zondagen na de begrafenis.
Het plaatsen van grafrekjes kwam voor in heel Noord- en Oost-Nederland. Ook in het noordwesten van Duitsland werden er Totenhecke geplaats. De traditie is bijna overal verdwenen. Op slechts enkele plaatsen in het oosten van het land komt deze nog voor.
Ook Oldenzijl heeft zo’n traditie gekend. Het oude grafrek is er niet meer, maar in het kader van het opknappen van het kerkhof heeft de Stichting Nicolaaskerk Oldenzijl contact gezocht met Vakland Het Hogeland in Uithuizen. Dat heeft erin geresulteerd dat medewerkers, gefinancierd door Vakland, als leeropdracht een reconstructie gaan maken van het oorspronkelijke grafrek. Binnenkort staat het weer als vanouds op het kerkhof.
bron tekst: Wadapatja van Martin Hillenga