Concert cello & piano - Hanneke Rouw en Lucas van der Vegt

Programma

1Chopin, Cello Sonate in g-klein (opus 65)
Allegro moderato, Scherzo, Largo, Allegro
2Mozart, Fantasia in c-klein (K.475)
3Bach, Cello Suite I in G-groot (BWV 1007)
Prelude, Allemande, Courante, Sarabande, Menuet 1, Menuet 2, Gigue
4Chopin, 24 Préludes (opus 28)
Enkele Préludes

Chopin Cello Sonate in g-klein (opus 65)
Frederic Chopin, wordt vaak omschreven als dichter voor de piano. Afgezien van een handvol songs en een muziek stuk met fluit, had slechts één ander instrument de belangstelling van Chopin - de cello. In de jaren 1820 en ‘30, schreef hij drie stukken voor de cello, die uiteindelijk geleid hebben tot het grote meester- werk: de Cello Sonate in g-klein, Op. 65, 1845-46.
De Cello Sonate was laatste grote compositie van Chopin. Chopin wijdde de sonate aan zijn vriend, de cel- list Auguste Franchomme. Frederic en Auguste hebben het stuk gezamenlijk gespeeld in het concert op 13 februari 1848 in Parijs, ongeveer anderhalf jaar voor de componist stierf.

Mozart, Fantasia
Mozart (1756-1791) componeerde zijn eerste muziek toen hij vijf was. Ook speelde hij al heel jong viool, klavecimbel en orgel. Hij was een veelzijdig componist van onder meer vocale muziek als opera, singspiele en missen en ook van instrumentale orkestmuziek als de symfonie en concertante muziek (met name pianoconcerten, serenades en divertimenti). Verder componeerde hij voor kleinschaliger bezettingen, waar - onder sonates voor diverse instrumentale bezettingen en strijkkwartetten en -kwintetten.
De Fantasie in c-klein, K. 475 werd in 1785 gecomponeerd. Na het begin in c-klein, met als tempoaandui- ding adagio volgt een deel in D-groot. Dan komt een allegro-deel dat van a-klein naar g-klein gaat, vervolgens naar F-groot en daarna naar f-klein. Daarna volgt een vierde deel, andantino, in Bes-groot. Vervolgens volgt een deel più allegro dat start in g-klein en vervolgens door vele toonladders moduleert voordat Mozart bij het openingsthema terugkomt in c-klein in tempo primo.

Bach, Cello Suites
De zes suites voor onbegeleide cello, BWV 1007-1012, zijn zes verwante en gelijkaardig gestructureerde instrumentele muziekstukken Johann Sebastian Bach (1685-1750). Zij worden gerekend tot de grootste werken ooit geschreven voor de cello. Naar alle waarschijnlijkheid dateren ze van uit de periode 1717- 1723, toen Bach diende als Kapellmeister voor de muziekminnende Leopold van Anhalt-Köthen. De situatie aan het hof van deze Van Anhalt-Köthen bood Bach een ideale kans om instrumentale, niet-functionele muziek te schrijven. Bij het schrijven van de zes cellosuites lijkt het of hij zich verplicht heeft om voor de monofone cello een polyfoon (meerstemmig) stuk te schrijven, door gebruik te maken van een onder- en een bovenstem die na elkaar worden gespeeld. De suites worden gekenmerkt door een grote variëteit aan speeltechnieken, een grote emotionele lading en interactie tussen de stemmen. De intimiteit van de stuk - ken heeft ertoe geleid dat de suites tot de geliefde werken van Bach worden gerekend.
De cello-suites waren voor 1900 nog niet erg bekend en ze werden tot die tijd nog voor etudes aangezien. Er zijn zelfs pogingen gedaan om er een pianobegeleiding bij te schrijven. Mendelssohn bracht de muziek van Bach weer onder de aandacht, maar Bach bleef toch nog vrij lang onbekend. De cellist Pablo Casals wordt gezien als degene die de suites echt bekend heeft gemaakt. Casals vond in het jaar 1890 een editie van Grützmacher in een tweedehands muziekwinkeltje in Barcelona. Casals begon met het studeren en uit- voeren van de werken. Maar het duurde nog 35 jaar voordat Casals de stukken opnam, waarna de bekend- heid van de stukken tot ongekende hoogten steeg.
Door deskundigen is op grond van een analyse van de stijl van de werken beweerd dat de stukken eerst voor een ander instrument kunnen zijn geschreven en pas later voor de cello zijn getranscribeerd. Het feit dat Bach zelf een versie voor luit maakte van de vijfde suite zou een aanwijzing zijn voor die suggestie.

Chopin, preludes
Van Chopin worden ook enkele preludes gespeeld. Ze komen uit opus 28, dat bestaat uit in totaal 24 pre- ludes. Hoewel de term ‘prelude’ eigenlijk verwijst naar een ‘inleidend stuk’ is dat bij Chopin niet het geval. Zijn preludes zijn op zichzelf staande volwaardige stukken, die overigens ook vaak wel als cyclus worden uitgevoerd. Chopin heeft de 24 preludes steeds in een andere toonsoort geschreven: er is iedere keer een prelude in majeur, gevolgd door een prelude in de ‘tertsverwante’ mineurladder. De volgende prelude is dan in een (grote) toonsoort die een kwint hoger ligt dan de eerdere majeure toonsoort. De stukken vol- gen daarmee de zogeheten ‘kwintencirkel’.

 

Muzikanten

Hanneke Rouw
Hanneke is op acht jarige leeftijd begonnen met cello spelen. Met veel plezier heeft ze lessen gevolgd bij Rata Kloppenburg en Maria Hol. Op haar zestiende speelde ze solo met het Jeugd Strijk Orkest Constantijn (nu Het Britten). In hetzelfde jaar won ze een eervolle vermelding op het Prinses Christina Concours. Op haar zeventiende volgde ze lessen bij Ran Varon aan de vooropleiding van het conservatorium in Zwolle. Ondanks haar passie voor de cello is Hanneke microbiologie gaan studeren in Wageningen. Na haar afstud- eren heeft ze besloten om alsnog voor de cello te kiezen. Hanneke heeft gestudeerd bij Martijn Vink aan de Luca School of Arts in Leuven.
Hanneke speelt op een 95 jaar oude Neuner & Hornsteiner cello met een onbekende geschiedenis. Deze cello is in 1921 gebouwd in Mittenwald naar het model Stradivarius Cremona. De afgelopen 40 jaar is de cello onbespeeld gebleven.

Lucas van der Vegt
Lucas behaalde prijzen op verschillende concoursen: het Petrov Piano Concours, Prinses Christina Concours en het SJMN Concours. Lucas volgde lessen en masterclasses bij pianisten en pianopedagogen als Pascal Devoyon, Boris Berman, Lilya Zilberstein, Elena Ashkenazy, Peter Donohoe, Vladimir Tropp en Dmitri Bashkirov. Veelvuldig heeft Lucas solorecitals gegeven en met orkesten opgetreden. Hij was onder meer te horen in Musis Sacrum te Arnhem, De Doelen te Rotterdam en het Concertgebouw.
Lucas speelde samen met het Gelders Orkest Le Carnaval des Animaux van Saint-Saëns. Samen met Mi- chel Xie vertolkte hij het Concert voor twee piano’s van Francis Poulenc. Ook soleerde hij met het Euregio Symphonie Orchester en heeft hij een serie concerten gegeven met Sinfonia Rotterdam, daarbij speelde hij onder meer Beethovens tweede pianoconcert.
In de zomer van 2012 nam Lucas deel aan een tournee met concerten in Duitsland en Oostenrijk geor- ganiseerd door de Europese muzikale organisatie EMCY en in november van datzelfde jaar speelde hij op uitnodiging in de Nederlandse Ambassade in Zürich, Zwitserland.

 

terug naar overzicht